De gemeente Soest wil 300.000 Euro uittrekken voor de bestrijding van de plaagmier, maar er zijn zorgen vanuit Partij van de dieren (PvdD).
Raadslid Janet van Rooden (PvdD) heeft daar grote twijfels over. Zij vraagt zich af of een volledige vernietiging van de mierensoort noodzakelijk is. De plaagmier komt oorspronkelijk uit de oostelijke landen. Sinds de jaren zestig verspreidt de mier zich in Europa, vermoedelijk doordat kolonies zijn meegereisd met potplanten.
In Nederland is onder meer een grote kolonie bekend op de Waalsdorpervlakte bij Den Haag. Daar leven sinds 2024 miljoenen plaagmieren op een gebied van 3,7 hectare. De dieren veroorzaken daar onder meer verzakkingen aan fietspaden en verdringen andere insectensoorten.
Soest kampt met mierenplaag
Ook Soest heeft al langere tijd te maken met de soort. De eerste melding kwam in 2015 aan de Stadhouderslaan. Drie jaar later bracht een biologiestudent een kolonie in kaart in de Van Weedestraat, de Korte Brinkweg, de Burgemeester Grothestraat en de Beek- en Daalselaan.
Opvallend is dat de plaagmieren zich sindsdien nauwelijks naar andere delen van Soest hebben verspreid. Alleen aan de F.C. Kuyperstraat hebben ze later nog een gebouwenblok omsingeld, blijkt uit onderzoek van EIS Kenniscentrum Insecten.
Bestrijding vraagt om voorzichtige aanpak
De plaagmier lijkt sterk op inheemse mierensoorten en is moeilijk te herkennen. De soort is meestal iets bruiner van kleur. Volgens insectenkenners vraagt de bestrijding om grote precisie. Wanneer het hart van een kolonie wordt vernietigd, bestaat het risico dat miljoenen mieren zich verspreiden. Bestrijding kan onder meer met natuurpyrethrum, een biologisch afbreekbaar middel. Het kan vervolgens nog drie tot vier jaar duren voordat de kolonie volledig verdwenen is.
Het gemeentebestuur van Soest vindt ingrijpen noodzakelijk omdat de kolonie groeit en mogelijk schade kan veroorzaken aan bestrating en gebouwen.
Raadslid wil onderzoek naar minder ingrijpende oplossing
Tijdens de behandeling van de Voorjaarsnota 2026 sprak Janet van Rooden haar twijfels uit over de geplande aanpak. Zij diende namens de PvdD een motie in om te onderzoeken of een minder rigoureuze bestrijding mogelijk is.
Wethouder Osman Suna raadde de motie af. Volgens hem is het onderzoek naar de aanpak onafhankelijk uitgevoerd. Van Rooden zette daar vraagtekens bij. Volgens Suna is de situatie veranderd doordat de plaagmier zich verder heeft verspreid. „De reikwijdte van plaagmieren is de laatste tijd groter geworden, we kunnen niet anders doen dan ze bestrijden”, aldus de wethouder.
De motie is uiteindelijk niet in stemming gebracht. De Voorjaarsnota kon namelijk niet worden vastgesteld nadat een andere motie over het besteden van Oekraïnegelden eindigde in een gelijke uitslag: 14 stemmen voor en 14 tegen.
Bij een gelijke stemming schrijft de procedure voor dat het onderwerp opnieuw moet worden behandeld. Dat gebeurt na de zomervakantie. Daarna volgt ook opnieuw de besluitvorming over de aanpak van de plaagmier in Soest.





















